Posts tonen met het label schotland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schotland. Alle posts tonen

zondag 30 maart 2014

Schotland 2007, hoe we toch thuisgeraakt zijn

Ondanks het lawaai en de ongerustheid en het gewoel van Goedele dan toch in slaap gevallen. Maar dat duurt niet lang. Om half twee komen er plots twee personen onze kamer binnen. Ingrid is zoals altijd het eerste wakker, bij Goedele en Vee duurt dat wat langer. Het is de receptionist met een gast. Hij vraagt in het Engels of we er bezwaar tegen hebben dat deze persoon in het vierde bed komt, want het hostel is helemaal volgeboekt. Dat verstaan wij toch?!? Natuurlijk kunnen we geen bezwaar maken. Maar midden in de nacht gewekt worden is minder plezant. De receptionist is weer weg en daar staat , moederziel alleen een jong manneke, zonder bagage. Hij verontschuldigd zich wel 100 keer en vraagt of het okay is. Dan valt Ingrid haar frank en haalt ze gauw haar kleren van het bed. Het manneke kruipt erin, zonder het bed op te maken met zijn kleren aan. Efkes later beseft Vee dat zij zijn kussen had genomen en ze wil het geven. Maar natuurlijk wil hij zo geen gebruikt kussen (het voelt warm, ook al geeft ze het onderste). Als wij een tijdje stil zijn denkt hij dat we slapen en begint hij stilletjes zijn bed wat op te maken en zijn kleren uit te doen. Ocharme de jong. Natuurlijk slaapt niemand nu nog goed.
We staan heel vroeg op, want we willen om zeven uur aan het ontbijt staan. Heel stilletjes dus, want we willen onze kamergenoot niet wakker maken. Waarschijnlijk is hij dat wel, maar hij ligt diep onder de dekens en beweegt zich niet. Waarschijnlijk verkrampt van schrik voor die drie vrouwen….
We gaan ontbijten en zijn daar natuurlijk den eerste. Al de rest ligt waarschijnlijk nog uit te slapen na een zware nacht, dat zijn zo geen schrikscheiters gelijk wij…. De machine om brood te roosteren is nog een klein probleem, maar ze zijn hier wel allemaal vriendelijk en behulpzaam. Misschien hebben ze wel medelijden met die arme bange vrouwkes. Na het eten lopen we nog eens verloren in de wc, maar Ingrid redt ons. Dan gaan we onze zak halen, we zeggen nog goodby tegen ons manneke, maar hij bougeert niet.
En dan op naar het station. Op straat is het nu heel rustig. Er zijn alleen veel plekken van pis en kots, jakkes, opletten waar we met ons wieltjes doorrijden dus. Op het station gaan we nog maar eens vragen waar we moeten zijn. Ze sturen ons naar buiten. Daar staan gelukkig ook mensen van scotrail, te herkennen aan hun fluo vestjes. We spreken die direct aan en wat blijkt? We zijn mis, we moeten een straat verder zijn. Allé hup , wij daarnaartoe. Daar mogen we op een bus, die wel een kwartier vroeger vertrekt dan voorzien. Ze vertellen ons nog dat we er in Paisley wel afmoeten om daar de trein te nemen.
Goedele kan de muziekkeuze van de buschauffeur wel appreciëren (Simon and Garfunkel, of ene van de twee maar dan weet ik niet wie). Iedereen is goedgezind en maakt grapjes met ons. Wij zijn allang blij dat we op een bus zitten. In Paisley er dus af. Met ons zware zakken de trappen op en af tot op het perron en daar vertellen ze dat er hier ook geen trein rijdt. (Wij zien zo ondertussen bleek van schrik) Allé, den bus is nog niet weg, dus terug op den bus. Tot in Johnstown. Daar rijdt de bus wel voort en er is ook geen fluo-vestje meer te zien! We zijn wel niet alleen en iemand vertelt dat we op de volgende trein moeten wachten. Ondertussen heeft Goedele ook twee Vlamingen beschuldigd van vermomming. Twee oudere mannen die er inderdaad heel Schots of Engels uitzien met hun pet en baard, maar ergens van onze buurt komen dus. We verschieten toch elke keer als iemand ons in’t Vlaams aanspreekt!
Enfin, er komt een trein die inderdaad tot Prestwick Airport rijdt. Daar zijn we dan ook goed op tijd. Oef. Bij het inchecken geraken we terug met de Vlamingen aan den babbel. Zij hebben een weekje op Isle of Islay doorgebracht. Een klein eiland met 200 mensen en 500 herten. Ze hebben er zelfs een vierkante voet grond liggen, ooit eens gewonnen via whisky want daar houden ze ook wel van. Goedele haar zak is wonder boven wonder toch niet te zwaar! Ter plaatse eten en drinken we nog een hapje. 

Er zijn hoelanger hoe meer Vlamingen te vinden. Raar dat we daartegen dan een mengeling Vlaams/Engels willen spreken. Zo van: ge moet hier pushen ?? We geraken zonder kleerscheuren door de douane, Ingrid feitelijk bijna zonder kleren, die moest weer vanalles uitdoen (ja, jong, slank en blond) We winkelen nog efkes en we laten ons verleiden om drie dozen snoep te kopen (vreselijk duur) Dan roepen ze onze vlieger al af. En we staan vooraan. We hebben dus weer een goede plek (voor zover je in die koekendozen goede plaatsen hebt) en de vlucht verloopt prima. Mooi weer, dus we kunnen veel zien. En feitelijk kunnen we nu ook niet meer wachten om ons mannen en kinderen weer te zien. Het was mooi, maar het missen heeft nu wel lang genoeg geduurd. Natuurlijk komen onze zakken dus het laatste van den band, zodat wij het laatste buitenkomen. Maar het onthaal is hartelijk!!!
En dan gaat alles heel snel. Voor we het weten zitten we in de auto naar huis.
Gedaan is onze prachtige reis!
Volgende keer moeten onze mannen en kinderen mee…..

vrijdag 21 maart 2014

Schotland 2007, cultuurshock in Glasgow

We worden naar goede gewoonte weer vroeg wakker. Heeft waarschijnlijk ook met de kwaliteit van de bedden te maken….en de hitte op de kamer….Die Schotten gaan hunne kyoto-norm toch ook niet halen hoor.Deze dag is eigenlijk een beetje een verloren dag. Oorspronkelijk was het de bedoeling dat we vandaag zouden terugvliegen, maar ryanair had geen plaats meer. We kunnen dus pas zondag terugvliegen. Dan hadden Goedele en Ingrid het gedacht om den Ben Nevis te beklimmen. Maar Vee had zoveel schrik van bergen en wat ze er allemaal over gelezen had, dat ook dat plan niet doorging.(Eerlijk gezegd, ik denk dat het ons wel gelukt was!) We staan dus op het gemakske op en maken ons nen thee en koffie in het keukentje. Den dwerg (van de 4 grieten) komt ook binnen, heel verwonderd dat wij er ook weer zijn: You are following us! Zegt ze. No no, zeggen wij, you are following us. Ja, wij waren dus wel eerst in het youth-hostel. Maar het is wel een sympathieke hoor. Ze vraagt aan Ingrid of die haar kan helpen, want ze kan niet bij de mokken. Draait Ingrid zich al lachend naar ons en zegt tussen haar tanden: Ja, dat hebt ge met dwergen,hè. Dat was toch plezant, heel den tijd Vlaams babbelen en goed weten dat de anderen u niet verstaan. Allé, ze vertelt dat bloemeke de Great Glen Way gaat fietsen met een vriend en de drie anderen gaan vandaag misschien de Nevis beklimmen (weet niet of ze daarin geslaagd zijn, toen wij vertrokken zaten ze nog rustig te ontbijten) daarna gingen ze terug naar Edingburgh.Dan durven we eindelijk ook de heel indiscrete vraag te stellen hoe oud ze zijn. Den dwerg blijkt al 36 te zijn, de anderen zijn rond de dertig. Ingrid kan het niet laten om te vertellen hoe oud zij en Goedele zijn en dan wijst ze op Vee en zegt dat die nog geen 40 is (van uw zus moet ge het hebben hé).  Wij kruipen met onzen thee in de zitkamer (nog te vroeg voor de winkels) en geraken aan de klap met enkele andere gasten. De Welshman lispelt enorm, waardoor we hem nog minder goed verstaan. Hij vraagt : Are you friends, en Vee (die had verstaan : are you fan of scotland) antwoordt heel ernstig: yes, very much, with such weather….Er zit ook een meisje van Ierland en ze zijn het er allemaal over eens: de schotten, de Ieren en de welshmen houden geen van allen van de engelsen! Dan vertrekken we naar het soevenierwinkeltje. We zoeken iets voor onze schatten thuis en kopen voor onszelf toch ook wat: een sleutelhanger met: I’ve walked the WHW en ook zo’n autosticker, ja we zijn er echt superfier op!!! En die mooie blikken dozen met schotse print en schotse koekjes kunnen we ook niet laten staan (ook al kosten ze feitelijk stukken van mensen) Dan terug naar ons hostelleke en daar sleuren we weer met onze reistassen die god-blijft-gedankt gelukkig wel wieltjes hebben. Aan het verkeerslicht schrikken we ons bijna een ongeluk als er een stem klinkt die zegt dat we mogen oversteken. In het station gaan we nog een koffie drinken en een gebakje eten (we zochten feitelijk ontbijt). En dan naar de bushalte. Daar wachten we gelijk echte chirogrieten met ons gat op den borduur op ons bus. 

De madam van den bus maakt eerst nog wat ambras met andere passagiers omdat die hun bagage te vroeg wilden inladen. Tegen ons is ze wel iets vriendelijker (behalve als ze Goedele haar zak moet verplaatsen) Goedele maakt zich trouwens al enkele dagen zorgen dat haar tas veel te zwaar zal zijn! En toch koopt ze zware whisky!
En dan vertrekt de bus. By by Fort William! We hadden daar toch veel beziens alledrie met onzen oranje jas. Omdat er in het verslag van Kristel stond dat het een mooie busrit was en dat we moesten vooraan zitten, gaan we express helemaal achteraan zitten (daar konden we met drie naast elkaar). Ja, wij vonden meestal het omgekeerde van wat Kristel vond, de tochten die zij zwaar vond, vonden wij gemakkelijk en andersom, zij was tevreden met hotelletjes die wij maar niks vonden en andersom, wij vonden de tochten mooi die zij niet zo waauw vond, dus deden we nu maar direct het omgekeerde….
De rit is echter zeer de moeite!!!! Een prachtig stuk door Glencoe en wat ook plezant is, we kruisen heel vaak de WHW, dus herkennen we veel plekjes. Wel raar. We hebben er 4 dagen over gestapt en met de bus zijn we er op een uur en half door. Goedele heeft er wel iets minder van genoten, want die had last van haar ogen. Die vielen altijd toe. Tot aan Crianlarich hebben we het hele stuk gestapt. Maar tussen Crianlarich en Milngavie hebben we niet gewandeld, dat zijn feitelijk de eerste 80 km. Als we dat zo vanuit de bus bezien lijkt het toch ook mooi en het begint al te kriebelen…ooit stappen we hem helemaal!
Als we bijna aankomen in Glasgow wil Vee op haar gsm zien hoe laat het is. Grote paniek. Gsm is verdwenen. Zoeken in jaszakken en rugzakken. Hij zat in broekzak. Ofwel verloren in Fort William ofwel op de bus. Goedele zal bellen, dan moeten we hem horen. Gelukkig we horen hem afgaan. Vee breekt bijna heel de achterbank open aan sneltempo, ook Ingrid moet meedoen van haar, maar die krijgt haar bank niet omhoog. Gelukkig, we hebben hem, onder Ingrid haar stoel vindt Vee hem tussen de zakjes snoep en chips en kauwgom en ander afval. Die is al eens een gsm verloren in Schotland, dat gaat haar gene tweede keer gebeuren hoor.
Om half drie komen we aan op Buchanan Busstation. En daar zien we onzen eersten Schot in kilt. 

Vee is weer een kieken. Om niet op te vallen zegt ze: Look next to me, look next to me! Ze was efkes vergeten dat ze hier allemaal Engels spreken…maar ja, als ge met ne kilt rondloopt, moet ge maar weten dat de mensen kijken…. Op het plannetje zien we dat ons hotel nog voorbij het treinstation is. Vee probeert nog wat met het plannetje, maar na vier dagen gewoon rechtdoor de weg blijven volgen heeft ze veel te veel last met oriëntatie en 100 000 zijstraten. Goedele besluit gewoon op haar gevoel af te gaan ! En ongelooflijk maar Bardi, na een tijdje ziet Ingrid op een hoog gebouw het embleem van ons Hotel staan. Vinden die in een grootstad gewoon de weg zonder verloren te lopen (moest dat gebeurd zijn, we hadden onze nooddeken en ons noodlampje bij hoor). Het jeugdhotel is iets reusachtig (wel 9 verdiepingen). We hebben een kamer van vier, maar hebben die niet volledig geboekt, dus het kan wel zijn dat er nog een persoon bijkomt. Gelukkig, als we eindelijk de deur hebben opengekregen, er is nog niemand. De kamer ziet er in orde uit, een proper wc-ke en douche op de kamer. We laten snel alles achter en gaan terug naar de winkelstraten. Daar hebben we wel wat last van cultuurshock. Na vier dagen in de middle of nowhere is het nu toch wel raar om tussen een enorme mensenmassa te lopen!! Er zijn veel winkels, heel veel. Na Londen is Glasgow de grootste winkelstad van the UK. Maar mottige mode!! Niet te doen. We moeten echt moeite doen om ergens iets te vinden dat we eventueel wel zouden willen dragen. Wel goed voor onze portemonnee. Alles is er trouwens ook enorm duur. Wat we zeker moeten vinden is een nieuwe kaart van de WHW. Degene die we geleend hadden is echt wel rotversleten, die durven we niet teruggeven. (Vee heeft in Fort William trouwens ook al een kaart van de Great Glenn Way gekocht, je weet maar nooit) We komen op een marktje terecht met allemaal buitenlandse producten. Goedele koopt zalige nootjes, Vee en Ingrid lekkere taartjes. We doen er zelfs ne klap in het Frans met iemand die België kent, allé, toch Liège (raar iedereen denkt dat we Frans praten als we zeggen dat we uit België komen, we hebben vaak moeten uitleggen dat er twee delen zijn in België, en feitelijk hadden we er moeten bijzeggen dat the Dutchspeaking part wel het grootste part is begot) Als Ingrid van Goedele haar nootjes proeft roept ze wel eikes. Maar dat was omdat een meeuw haar als toilet had uitgekozen. De winkels gaan toe dus wij terug naar ons hotel. Als we voorbij het station komen gaan we even zien hoe laat onze trein morgen naar Prestwick gaat. Gelukkig!!!! We vinden immers een bord maar er staat niet bij op welk spoor het is. Dat gaan we dan even vragen en wat krijgen we te horen????? Dat er morgen geen treinen rijden wegens werken en dat er een omleiding is met bussen. We krijgen het bijna! We vragen om alles heel langzaam uit te leggen (ja dat Schots verstaan we toch nog maar voor den helft) we schrijven heel goed op waar we moeten zijn, en welke bus en waar we moeten uitstappen, en onzen eersten bus vertrekt precies niet vroeg genoeg naar onze zin. We zien het al niet meer zitten… We gaan wel ons ticket al kopen en de meneer aan het loket, nen hele vriendelijke mens trouwens, geeft ons hele andere gegevens, een ander uur, een andere bushalte enzo….enfin, we vrezen dat ze het zelf allemaal niet weten en zijn bang dat de vlieger morgen zonder ons naar huis zal gaan. Een beetje beteuterd, Goedele haar honger is zelfs helemaal weg, gaan we verder naar ons hotel. Onderweg merken we dat er toch wel redelijk “vies volk” in deze buurt loopt. In het hotel kijken we naar de uren van de vlieger, dat valt wel mee, dat moet lukken. Allé, we hebben vandaag nog niets deftig gegeten dus gaan we toch iets zoeken. Het kortst bij is de pizza-hut. Daar is het wel gezellig en we hebben een kei-lief dienstertje. We hebben uitzicht op de straat en we weten feitelijk niet wat we zien. Man man, dat is niet met woorden te beschrijven. Om te beginnen rijdt er elke 10 minuten wel een superlange limousine (roze, grijs of wit) voorbij, waarin gillende mensen zitten. (dat was daar waarschijnlijk het gat in de markt) Dan zijn er ook groepen vrouwen die precies een vrijgezellenavond vieren, ze hebben duivelsoortjes op allemaal of bunny-oren. Alle vrouwen zijn gekleed , ja , wij noemen dat als hoertjes… Naaldhakken waarmee ze niet kunnen stappen, alle kleuren gecombineerd, blote dikke buiken, korte rokjes, vreselijk! Dan lopen er ook groepen mannen rond met sjaals van de voetbal. In de café’s zijn er inderdaad matchen op groot scherm. En dan lopen er ook troepen Pakistanen denken we . Allé, we voelen ons hoe langer hoe minder op ons gemak en besluiten om snel naar ons kamerke te gaan, zelfs niets meer te gaan drinken in de bar van het hotel. Daar is het vierde bed gelukkig nog leeg. En daar zitten we dan. Drie kippen van de Vlaamse Boerenbuiten in onze pyama op ons bed( Ingrid had de klink al van de douchedeur afgebroken en de doucheknop viel ook altijd slap).De ramen goed toe en de gordijnen ook. Goedele had gelukkig haar Goed Gevoel bij zodat we de avond hebben doorgebracht met een test over ons geweten. Waar we trouwens alledrie heel goed uitkwamen. Van slapen kwam niet veel in huis. Schrik of we morgen wel op de luchthaven gingen geraken, lawaai in de gang, nog meer lawaai buiten, van mensen en ook van de meeuwen.
We konden er wel mee lachen, maar toch redelijk groen…

En er zou nog veel gebeuren die nacht, maar dat is voor het laatste verslag.....

donderdag 13 maart 2014

West Highland Way 2007: AANKOMST (deel 12-

En dan zien we hem eindelijk: Ben Nevis, de hoogste berg van Schotland (van heel Engeland feitelijk). Hij ziet er knap uit. Nu voelen we dat het eindpunt eraankomt. We komen in een donker bos, echt een bos van Roodkapje. Daar pauzeren we op een grote rots (erop raken was gemakkelijker dan eraf). 



De moederkes zijn hun kinderen nog eens kwijt, den dwerg is in de steek gelaten door de rest van de meidengroep, we bekijken iedereen die voorbijgaat en beginnen dan aan ons laatste stukje. Een lange afdaling waarbij we Fort William zien liggen in de verte. Dan nog een heel eind langs de autoweg. Dat valt tegen. Een beetje een afknapper. Kunnen ze die laatste kilometers ook niet langs een wandelweg voeren? En dan eindelijk eindelijk eindelijk: het eindpunt. We worden direct aangesproken door een Schotse enquêteur die onze mening vraagt over de plek van het eindpunt en of ze het niet zouden verplaatsen. Kan ons niet veel schelen, wij zijn al blij dat we er zijn, trouwens hij babbelt weer zo snel dat we het amper kunnen verstaan. Goedele en Ingrid gaan ondertussen in het visitorcentrum naar de wc. Vee komt daar efkes later ook binnen, het is ook een grote shop met allerlei toeristische prullen enzo. En daar krijgt ze het plots efkes moeilijk. Tegen dat Ingrid en Goedele opgelucht van de wc komen staat ze daar zowaar te snotteren en het wil maar niet stoppen. Elke keer komen de tranen terug in haar ogen. De mensen gapen en denken waarschijnlijk dat het veel pijn moet doen, zo’n lange wandeling. Maar feitelijk is het puur van contentement omdat ze na 5 jaar (of meer) haar droom heeft kunnen waarmaken. Bij deze wil ik dus efkes enkele mensen bedanken: ten eerst mijne Stijn omdat hij mij deze kans heeft gegund en een hele week op de kinderen wilde passen, mijn kids,omdat ze mij wilden missen en zeker ook Ingrid en Goedele (want alleen had ik dit nooit gedurfd) dat ze met mij mee zijn willen gaan en er een fantastische reis van hebben gemaakt (lap, ik krijg weeral tranen, wat is dat toch met mij)
Allé, die tranen diep weggestopt en dan het winkeltje doorneuzen. We zien al heel veel geschenkjes voor het thuisfront. Maar die gaan we morgen pas kopen. Eerst tijd voor de foto (die ogen zien toch niet te rood meer hé Vee). Diene van de enquête neemt er één van ons drie, dan nemen we er nog met elk apart bij het bord.


 En wie komt daar aan? De doos! Ze zien er rood van, maar ze hebben het toch maar mooi helemaal gedaan (wij feitelijk niet ,wij zijn in den helft pas begonnen)
Dan moeten we nog ons jeugdhotel gaan zoeken. Deze keer is het echt wel zoeken, want Fort William is toch wel groot. Bij het eerste cafeetje zitten onze vier vriendinnen iets te drinken. Ze wuiven en wensen ons proficiat. Wij moeten vragen waar ons hostel is, oef helemaal bovenop een heuvel, en Goedele heeft vreselijke last van verzuring in haar benen. 

Van ver ziet het er tof uit, maar als we binnen komen, wil Vee bijna niet meer verder (gelukkig dat het al betaald was…) Een rommelkot van jewelste, precies een chiroheem. We zijn erger gewoon, en de receptioniste is heel vriendelijk, probeert onze namen uit te spreken, dus we blijven maar. De kamers hebben namen en de bedden ook. Onze kamer is de kamer van de Scottish Battles. Spijtig, niemand van ons mag in Culloden slapen (dit is een lang verhaal, maar de boeken over Culloden zijn de allereerste aanleiding om naar Schotland te gaan).

 We liggen alweer op een kamer met 8. Voorlopig zijn de andere bedden nog niet ingenomen. Het zou toch moeten lukken dat de 4 meiden hier ook verblijven, trouwens wij hadden ze zien zitten in een hotelletje. Nadat we ons opgefrist hebben in de badkamer die trouwens ook redelijk primitief is, Ingrid botst er zelfs op andere mannen, gaan we het stadje in. Eerste stop is een outdoor-shop. Trouwens nergens zoveel outdoor gezien als in Schotland. Goedele moet zich serieus inhouden. Daarna de grote winkelstraat maar het is al laat, de meeste winkels zijn gesloten. De receptioniste had ons een restaurantje aangeraden, maar het stinkt daar heel erg zuur, dus we drinken er alleen iets. Dan besluiten we naar dat restaurantje te gaan waar we de 4 hebben gezien. De meisjes ontmoeten we daar niet, maar ons gezinneke en de Apple-pie zitten er wel. Het eten is er super! 



Zeker het dessert. We smullen. Op een moment stapt zelfs mister Bean binnen. Vee kan het niet laten en zegt luidop: Kijk mannen, mister Bean smijten ze hier ook nog binnen. Efkes vergeten dat mister Bean dus wel verstaanbaar is….Elke keer als we hem zien kunnen  we onze lach en commentaar niet inhouden (vooral Vee dan,die fret bijna haar vingers op om haar mond dicht te houden) Als we terug keren moeten we hard lachen met het gevaarsbord voor “elderly people”. 

Dat hebben ze bij ons in België niet. Ik stel mij dan direct zo nen hoop Benidorm-bastards voor, waar ge dus voor moet oppassen....dat ze u niet overvallen of met hunne stok afkloppen. "Iemand"  merkt ook op dat je in de meeste hotelletjes niet op lange vakantie kan gaan ?????
A jaaaa er hangt op veel plekken een bordje: No Vacancies.....ja het Engels-onderwijs in ons land laat misschien toch wat te wensen over...of komt het puur va vermoeidheid.... Als we weer aan ons hotelletje zijn geraakt zien we in de keuken een hele bende zitten. En niet te geloven, wie zit daar ook? Onze 4 grieten.
Wij gaan echter liever in de heel gezellige zitkamer zitten. Goedele haalt nog een spel boven: Jungle Speed. Een keiplezant spel, maar we winden ons zo op, dat ze vriendelijk komen vragen om het een beetje rustiger te doen. 

We gaan dan maar slapen,morgen moeten we er immers op tijd uit om onze geschenkjes te gaan kopen en dan de bus halen.

onze wandelreis was nu wel gedaan....maar we waren nog niet terug....onze spannendste avonturen moesten nog komen....in Glasgow.....

groetjes
vee

vrijdag 28 februari 2014

West Highland Way 2007, deel 11 al!

In Kinlochleven zijn we weer vroeg wakker. Warm dat we hadden!! We pakken in en gaan ontbijten in de Tailrace Inn. We zijn daar niet de enigen…Naast ons zitten ook 4 dames (wel wat ouder dan ons, een beetje toch), later , toen Vee in haar gat gebeten was en voorop liep, vernemen we dat één van hen deze tocht als verjaardagsgeschenk heeft gekregen. Ze draagt ook een badge met Birthday-girl, en Goedele feliciteert haar dan ook van harte. Dan vertellen ze dus dat ze feitelijk al jarig geweest is. (mensen, ondergetekende zou dat ook een fantastisch geschenk vinden!!) De koffie is niet echt te drinken, de blackpudding wordt geprobeerd (smaakt hoe langer hoe beter) maar niemand krijgt zijn bord helemaal leeg (onze lever ziet hier af!). Dan vertrekken we voor onze laatste tocht. Vandaag moeten we aankomen in Fort William. Bij het vertrek in Kinlochleven vinden we het even niet. We vragen het aan andere wandelaars en inderdaad even later zien we onze bekende paaltjes weer. We beginnen alweer met een klim (dat is nu elke keer, Vee is goed aangekleed, zeker vandaag want het weer ziet er echt betrokken uit, komt ze boven en moet ze alles uitspelen), eerlijk gezegd toch ook een fikse klim!  Maar het uitzicht is alweer de moeite! Loch Leven zien we nu ook liggen. 




Vee wil ervan profiteren om nog zoveel mogelijk foto’s te trekken, tot grote ergernis van Goedele en Ingrid, die willen vooral voortstappen. 


Van Vee moeten er ook altijd mensen (onszelf dus) opstaan, ook daar houden de twee anderen niet zo van. Goedele die trekt bijvoorbeeld liever foto’s van de fauna: highlandkoeien

 en kalfjes (wel schattig), alle schapen die met verf besmeurd zijn (miekes dus) 

en zelfs een vogelke (we denken een vink maar daar moet onze Fried ne naam op plakken). 

Het is wel opvallend hoe brutaal de vogels hier zijn. Die zijn helemaal niet bang voor mensen. Vandaag is echt wel de drukste dag op de WHW.
We lopen bijna in een rijtje! Echt warm wordt het vandaag ook niet meer. We krijgen het wel warm van het stappen (en klimmen). Tegen de middag vraagt Vee waar we gaan rusten. We kijken op de kaart en zien dat we bijna aan een bos komen. Vee stelt voor daar te pauzeren. Maar Goedele en Ingrid willen PERSE pas over de helft rusten. Dat zou dan aan het einde van het bos zijn. Nu is Vee in haar gat gebeten. Dan zal ze haar pas eens versnellen zie! Vanaf nu loopt ze dus voorop en het gaat goed vooruit (met Marco Borsato in haar oren en Bob Sinclair).



Goedele roept nog of den Ben Nevis misschien van whisky is gemaakt. Geeft niets, voorop lopen is ook plezant. En rara, waar pauzeren we???? Natuurlijk, voor het bosje (hihi). Ingrid en Goedele moesten veel te dringend plassen ! Daar proberen we voor de allereerste keer de energy-gel!! Jakkes, zo vies, we hebben heel veel thee en water nodig om dat door te spoelen!!Bijnaam voor deze zakjes is trouwens: de spermazakjes, daar lijkt het dus op, qua uitzicht mensen!!  Maar energie krijgen we er wel van, Vee vlamt weer verder.Onderweg worden we gepasseerd en steken we dezelfde mensen wat later ook weer voorbij.

zaterdag 22 februari 2014

West HighlandWay 2007, deel 10



Halverwege wachten Ingrid en Goedele  bij een brugje op Vee om daar te picknicken. Het is echt een prachtig plekje. We hopen even dat we zalm kunnen gaan vissen in het riviertje. Alle wandelaars steken ons echter voorbij, dus vrezen we dat die ook denken dat het gaat regenen en blijven we daar toch maar niet te lang. Wel lang genoeg om een foto te laten nemen door wandelaars. 

Een van hen voelt zich zelfs zo stoer dat hij erbij komt staan.Het is mister Apple-pie !

 We stappen weer verder omlaag en zien in de verte het dorpje al liggen. Het duurt nog best een hele tijd eer we er aankomen. 

Onderweg toch nog enkele stops gehouden en overal komen we mensen tegen. Goedele heeft ook ontdekt dat de mensen die Hi (lees heel zangerig haai) zeggen uit de highlands komen, en die hello (lees helloooow) zeggen uit de lowlands. Vanaf nu zeggen wij “lands” als ze tegen ons hi of hellow zeggen….Wel heel stilletjes hoor. Na een tijd beslissen we ook dat ze maar Vlaams moeten leren en zeggen we gewoon: daaaag. We ontmoeten ook voor de eerste keer de moederkes. Enkele dames die met hun dochters op stap zijn. Die dochters zijn ze altijd kwijt, maar ze zijn er wel gerust in, als ze geld of eten nodig hebben, vinden ze ze meestal terug. 
Onze bunkhouse is zo ongeveer het eerste gebouw dat we tegenkomen. Dat bespaart weer zoekwerk. Het is een keitof en gezellig gebouwke.

 We hebben een kamer van 4 met veel houtwerk. De badkamer is deze keer “ensuite” wat toch leuker is. 

We kunnen daar ook koken als we willen, maar de man vertelt ons waar we ontbijt kunnen gaan eten, en dat gaan we dan toch maar doen. Het is nog vroeg in de namiddag en we besluiten het stadje te gaan verkennen. Eerst komen we de ice-factory tegen. Dat is , midden in de highlands, een heuse klimzaal. Goedele voelt zich direct thuis. Er is ook een zaal waar je kan ijsklimmen, maar daar is niemand bezig en dat is dus nogal saai. Goedele zoekt de boulderzaal maar kan ze niet vinden. Nochtans, ze zou er moeten zijn!!!! In de hal zien we nog een waarschuwing dat klimmen kan leiden tot uitrekken van de armen, en daar is Goedele dus het bewijs van, zoals je op de foto kan zien.

 We gaan verder en vinden de Tailrace-Inn waar we een lekkere aperitief (ja ja alweer whisky en witte wijn en baileys) gaan drinken. We bestellen er ook ons ontbijt voor de volgende ochtend. Op het terrasje is het toch nogal fris dus we gaan terug naar de bunkhouse. Vee doet nog een wandelingetje (als het plat blijft kan het niet lang genoeg duren) maar het loch Leven zelf vindt ze toch niet. In de bunkhouse rusten we wat op ons bed en nemen een douche. Daarna gaan we eten in de Inn. Daar zien we weer dezelfde wandelaars.Vee kiest na het eten weer voor ne whisky, zalig toch dat er hier altijd zoveel keuze is! Ingrid ziet het Schotse vocht minder goed zitten en zij en Goedele gaan voor Russisch: Smirnoff Ice. Na het eten spelen we een kaartspel dat Goedele had meegebracht. Wel plezant maar ingewikkeld. Vee en Ingrid verliezen grandioos (oké, vooral Vee dan).
Dan weer naar ons bed zodat we morgen aan onze laatste stapdag kunnen beginnen (spijtig) ’s Nachts regent het ook. Oei.


zondag 16 februari 2014

West Highland Way 2007, deel 9

Als we wakker worden is het weer vandaag toch redelijk betrokken. Feitelijk ziet het er regenachtig uit. Oei, we krijgen al schrik. Met mooi weer was de trip goed te doen, maar we zien het niet zo goed zitten om in de regen te gaan stappen. Snel gaan we buiten eens kijken. De herten staan rond de tentjes van de camping. Er hangen inderdaad dreigende wolken en mist, maar we zien toch ook stukken blauwe lucht.

 We gaan ontbijten in het hotel, betalen en vertrekken. We zijn erop voorbereid! Vandaag moeten we de Devil’s staircase bestijgen en daar heeft iedereen ons wel schrik voor aangejaagd. Verder is de wandeling van vandaag echt niet zo lang, dus het zou ons wel moeten lukken. We zijn warm aangekleed (mutsen en handschoenen, vooral die van Goedele is knap) en dat is wel nodig. De zon schijnt maar af en toe, het is nog mistig en er waait een koude wind.

 We kunnen wel prachtige foto’s nemen van de bergen die tussen de wolken bovenkomen. 

Het eerste stuk is al redelijk veel klimmen en dalen. De paadjes veranderen ook in “losse-steen-wegeltjes” waardoor we heel vaak strompelen. Gelukkig had Goedele ons aangeraden goede schoenen te kopen. En we waarschuwen elkaar ook elke keer als we een “kloof” moeten oversteken. Na enkele kilometers zien we onze klim voor ons liggen. Er is daar ook een parking en er is nogal veel volk. We spreken af dat we onze klim op het gemak gaan doen, ieder op zijn eigen tempo. Dat betekent dat Ingrid als een echte berggeit vlotjes voorop loopt (dat is goed, dan neemt zij de foto’s zonder dat wij moeten wachten), Goedele loopt toch meestal kort in haar buurt en een heel eind daarna komt Vee puffend en blazend en zwetend aan. 

De klim is echt wel klimmen. Wel tof dat we ons beginpunt onderaan de heuvel kunnen zien, en ook wie er achter ons aankomt.

 Na een klein uurtje zijn we echter alledrie boven geraakt. Er is daar ook weer een stenen man,maar we leggen er deze keer geen steen bij, ge moet nu ook weer niet overdrijven met geluk. Het uitzicht is heel heel knap, van zo hoog! Even later komen de wandelaars die na ons vertrokken zijn ook boven. Het zijn de doo's. Ze puffen en blazen nog erger dan Vee. Maar ze willen wel een foto van ons nemen.

 Zien ze nu rood van de inspanning, de zon van gisteren of van verlegenheid? Het is ferm koud boven op de top dus we besluiten snel om weer verder te gaan. Vanaf nu is het eigenlijk één lange afdaling tot in Kinlochleven. Maar mooi!!!!!!!!!! 

zaterdag 15 februari 2014

WestHighlandWay 2007, deel 8

Kingshouse hotel kunnen we niet missen, want het is het enige huis daar. We krijgen een kamer voor ons drie die er heel gezellig uitziet. De badkamer en wc zijn wel op de gang, maar dat geeft ons niet. We zijn ferm content. We zoeken dan de bar op en kunnen weer lekker aperitieven. We nemen ons drankje mee naar buiten om voor de web-cam te zitten.Maar de vorige foto is pas genomen, dus moeten we ongeveer twee uur wachten en dat is toch lang. Ingrid heeft ondertussen de batterijen van het fototoestel vervangen dus nemen we volop foto’s.


(zie trouwens hoe DUN mijn benen toen nog waren!!!!)




 Ons gezinneke komt ook aan. Den bompa lacht als hij de whisky ziet en zegt dat hij hoopt dat er limonade in zit. Ze vragen hoelang we er al zijn en vertellen dan dat zij ook moesten teruggaan. Den bompa was ergens zijn bril vergeten. (daarmee dat ze zo lang na ons pas aankwamen) Ook zij hadden onderweg de dode herten gezien. Er kwam toen ook net een soort van boswachter aan die via mail (ja ja, ze zijn daar modern) had vernomen dat er dode dieren waren. Maar wat de oorzaak was, dat zullen we nooit weten denk ik. Aan het hotel zitten trouwens ook herten. Ze komen echt vlak in de buurt. Na onze aperitief gaan we ons verfrissen op de kamer.

 Ingrid vindt daar een boekje en leest luidop: Do your feet hurt? Goedele reageert daarop met: Mag je die eten geven? Ons Ingrid kijkt echt verbaasd, tot we doorhebben wat G bedoelt....,( ze had begrepen: do you feed the "hert" ) en  dat blijft DE grap voor de rest van de vakantie. Dan gaan we naar de bar om een hapje te eten. 

Onze vier vriendinnen zijn er ook, en onze kampeerders ook. De mensen aan de bar zijn superlief. Het is dear van hier en love van daar! We eten lekker (overal lees en hoor ik slechte commentaar op dit hotel, maar wij vonden het echt goed) en hebben zin in een dessert. Op de kaart staan er echter geen. De mensen aan het tafeltje naast ons zitten nochtans te smullen van een lekkere Apple-pie. Die willen we ook. Ze moeten lachen met ons als we er ook één hebben en vanaf dan maken ze elke keer als we ze tegenkomen op de tocht een grapje over Apple-pie. Dat is dan ook hun bijnaam geworden. In de bar bekijken we alle mensen die er zijn, en het is opvallend hoeveel mensen lijken op mensen van bij ons. 
 Na het eten gaan we nog ene drinken in de climbersbar. Gewoon aan de andere kant van het hotel. Vee probeert daar een guiness, maar dat is niet te drinken, misschien wel goed om naar de wc te kunnen gaan, ja. We geraken er aan de praat met de West-Vlamingen. Ze zijn studenten die met een docent deze trip doen. We krijgen heel de uitleg van een jongeman die wij al snel “de keutel” noemen. Zij doen wel alles met de rugzak en de tent, maar we beklagen hen, onze rugzak weegt al genoeg en als we de voeten van sommigen zien, amai, vol blaren!
We kruipen weer vroeg in ons bed, want morgen moeten we de Devil’s staircase overwinnen. En die moet echt heel zwaar zijn (volgens de keutel toch)


vrijdag 14 februari 2014

West Highland Way 2007, deel 7

Na een plaspauze zien we iets dat minder leuk is: er ligt een dood hert in het bos. We kunnen niet raden waaraan het gestorven is, misschien ouderdom? Er is een moerassig gebied daar en in de verte zien we nog iets liggen: een vos misschien? Na een tijdje merkt de reisleidster (Vee dus) dat ze de kaart kwijt is. Waarschijnlijk vergeten bij de plaspauze (en anders bij de snoeppauze, maar dat is nog veel verder weg). Zonder kaart gaat het niet, dus de schuldige gaat terug. Rugzak op de grond en dan voel je je plots zo licht dat joggen even makkelijk lijkt als vliegen! Bij de plasstop is geen kaart te vinden. Verdomme nog verder terug dus. Maar gelukkig, de wind had de kaart gewoon wat verder geblazen. Oef. Toch maar stappend terug nu. Onderweg merkt Vee dat er nog meer dode herten liggen. Heel akelig feitelijk.
Wat verder is er een mooi plekje om te picknicken: een soort hol in een grasheuvel. Er hebben voor ons nog andere mensen gegeten , want we vinden sporen.

Terwijl we zitten te eten passeren er al veel bekenden. Maar die halen wij wat later weer in, wanneer ze zelf zitten te eten op of aan de brug. Het valt ons op dat er best veel mensen aan het stappen zijn. De WHW lijkt wel de autostrade van de stappers. Bovenop een heuvel zit er zelfs een hele groep, allemaal met de rugzak. En daar was onze Sea King ook alweer….We stappen nu een prachtig stuk. Het uitzicht is fenomenaal (ja spijtig dat we het niet op foto kunnen laten zien)! Een stralend blauwe hemel, de bergen langs onze linkerkant en langs onze rechterkant een wijds uitzicht op bergen in de verte en een woeste streek met moerassen en kleine meertjes, echt mooi! Na een tijdje komen we ook langs het skigebied van de Glencoe. We zien de kabelliftjes hangen, maar alleen op de top ligt nog wat sneeuw, veel geski zal er in de Paasvakantie wel niet meer zijn. Toch een mooi beeld (waar we dus geen foto van hebben). Op het einde van onze weg, zien we (heel in de verte) ons hotel liggen. 
(deze foto is dus achteraf genomen...na het wisselen van de batterijen)
Omdat het nog vroeg is, kunnen we het rustig aan doen. We zetten ons aan de kant van de weg en moeten wel een beetje lachen met de manier waarop de andere wandelaars komen voorbijgestrompeld. We lachen al heel wat minder als één van hen lachend roept: Nederlands hé! (gelukkig hadden we bij hem nog geen commentaar gegeven) Later bleek dat die grote groep die we gezien hadden, bovenop die heuveltop, allemaal West-Vlamingen waren ! Moet ge daarom naar Schotland gaan ja?